Help een onderzoek

  • Gemaakt op: 2-4-2014 17:45
  • |
  • Gewijzigd op:  
  • |
  • Geplaatst door: Alex Kossenberg
  • |
  • Auteur: Hennie Cligge
  • |
  • Fotograaf: Admiraal de Ruyterschool

De Admiraal de Ruyterschool is een academische ASKO OPLIS school, wat betekent dat de leerkrachten in samenwerking met studenten praktijkgericht onderzoek doen naar thema’s binnen de school. Hennie Cligge voert op deze school onderzoek uit en vertelt daar iets meer over.

Alle betrokkenen van de Admiraal de Ruyterschool- van conciërge tot directeur - vormen een zeer bevlogen, enthousiast en ambitieus team. Naast de innovatieve houding van het team is er veel ruimte voor een kritische houding. Deze komt tot uitdrukking in de veelgebruikte slagzin ”Doen we de goede dingen en doen we deze goed?” .

Hennie Cligge vertelt:
“Het is niet verwonderlijk dat de Admiraal de Ruyterschool het afgelopen schooljaar gestart is met een onderzoeksgroep. Degene die hierin geïnteresseerd was kon participeren. Als ‘oudgediende’ stond ik niet meteen te trappelen van ongeduld om mij voor ‘weer iets nieuws’ op te geven. Toch was mijn nieuwsgierigheid gewekt en besloot ik om deel te nemen aan de onderzoeksgroep.
Door de deelname aan deze groep kon ik me richten op twee uitdagende vragen:
1. Is de onderzoeksgroep binnen het primair onderwijs een nieuwe hype?
2. Hoe voer je een onderzoek uit?

Onderzoeksgroep, een nieuwe hype?
Toen ik mij afvroeg of het ontstaan van een onderzoeksgroep binnen het primair onderwijs een nieuwe hype is, viel het me op dat er- behalve in het onderwijs- op allerlei terrein aandacht is voor wetenschap en onderzoek. Wetenschappelijke vraagstukken komen aan bod op de t.v. (‘de wereld leert door’), in boeken (‘Wij zijn ons brein’), op popfestivals (Lowlands), in het theater (De Balie leert)en in de krant. De combinatie van media, kunst en de is blijkbaar voor een groot publiek interessant genoeg.

Dit blijkt o.a. uit het artikel “Wetenschap is sexy”( bron: Het Parool,22-06-2013). Hierin wordt beschreven dat Nederland sinds kort van wetenschap smult en er niet langer meer een taboe rust op ‘meer willen weten’. In hetzelfde artikel wordt een verklaring voor deze aandacht beschreven. In de eerste plaats wordt gezegd dat wetenschappers goede vertellers zijn en dat zij een nieuw soort amusement leveren. In de tweede plaats wordt de aandacht naar onderzoek verklaard uit het feit dat mensen tegenwoordig overspoeld worden met informatie en het vertrouwen in instituten en overheden verdwijnt.

Of deze verklaringen wetenschappelijk onderbouwd zijn weet ik niet, maar ik erken dat ik ook graag naar wetenschappelijke programma’s kijk en dat de hoeveelheid aan aangeboden informatie om keuzes vraagt. Zijn deze verklaringen ook toepasbaar op het ontstaan van onderzoeksgroepen in het primair onderwijs?

Het is zeker waar dat leerkrachten goede vertellers zijn en met hun verhalen proberen om zoveel mogelijk kinderen te bereiken. Het woord amusement is hier wellicht niet op zijn plaats. Passievol kennis overdragen wel. Ook binnen het onderwijs is de hoeveelheid aangeboden en beschikbare informatie enorm.
Resultaten van onderzoeken verricht op allerlei niveau’s in verschillende instituten bereiken de scholen. Om de juiste keuzes te maken is onderzoek doen bijna onontbeerlijk.
Een andere verklaring voor de toegenomen aandacht voor wetenschap zou kunnen zijn dat er naast de HBO- opleiding sinds een paar jaar een universitaire PABO-opleiding bestaat.

Deze nieuwe leerkrachten zijn al bekend met het uitvoeren van onderzoek. Ook bij de HBO- opleiding wordt van studenten verwacht dat zij beschikken over een onderzoekende houding. Het zou onlogisch zijn als deze vaardigheid in het werkveld onbenut blijft.

Mijn eerste vraag: “Is een onderzoeksgroep binnen het primair onderwijs een hype?” is voor mij hiermee beantwoord.
Ik veronderstel dat het eerder een ontwikkeling dan een hype is. 

Hoe voer je onderzoek uit?
Totdat ik zelf ging meedoen met een onderzoeksgroep. Ik wist al snel wat ik wilde onderzoeken en welke doelgroep ik voor ogen had. Maar opnieuw ontstonden er vele vragen.
Ten eerste: ‘Hoe formuleer je een onderzoeksvraag?’ De vraag mag niet suggestief zijn. Je mag zelf geen enkele aanname hebben.

Ik zocht hulp bij bekenden (die zijn afgestudeerd) en bestudeerde een boek over het opzetten en uitvoeren van onderzoek. ( Basisboek Kwalitatief Onderzoek - Baarda, De Goede en Teunissen)
Ik inventariseerde eerst alle vragen. Daarna maakte ik een selectie en uiteindelijk had ik mijn onderzoeksvraag geformuleerd.

Tweede vraag: ‘Hoe ga ik deze onderzoeksvraag beantwoorden?’
Ga ik observeren, maak ik een enquête, doe ik een interview? Ik besloot om via een interview het antwoord te achterhalen.

Derde vraag: ‘Wat voor vragen ga ik stellen?’
Wat wordt mijn openingsvraag, hoe vermijd ik suggestieve vragen, in hoeverre mag ik doorvragen, hoe sluit je een interview af etc. Ik zocht hulp bij een collega. Samen hebben we de vragen kritisch bekeken, geschrapt en bijgeschaafd en daarna heb ik het proefinterview afgenomen.
Na al die vragen te hebben behandeld kon nu het daadwerkelijke onderzoek worden uitgevoerd. Het doen van onderzoek verliep voorspoedig en al snel had ik veel gegevens verzameld.
Ook al was het onderzoek nog niet afgerond, tussentijds heb ik al aan de Admiraal de Ruyterschool en de St. Janschool kunnen presenteren wat de zoektocht naar de twee vragen in mijn onderzoek al had opgeleverd.

Wat heeft onderzoek doen mij opgeleverd?
Het deelnemen aan een onderzoeksgroep heeft ertoe geleid dat ik het systematisch samenwerken aan een vraagstuk als een ontwikkeling heb ervaren, zowel voor de school als voor mezelf.
Ik heb ervaren hoe een onderzoek praktisch in zijn werk gaat, waarbij het ordenen van de vele vragen, het zetten van stappen, hulp vragen aan collega’s en deskundigen en het besturderen van literatuur belangrijk is. Ik heb ontdekt dat onderzoek doen leerzaam en plezierig is en mijn nieuwsgierigheid naar meer heeft gewekt.

​De Admiraal de Ruyterschool is een academische ASKO OPLIS school, Hennie Cligge doet er onderzoek.

Foto's

Video's