Groep 5

​​​​​​​​​​​​​​​Welkom in groep 5

In groep 5 herhalen we de leerstof van groep 4 en breiden deze natuurlijk uit met nieuwe spellingscategorieën, sommen tot de 1000, vermenigvuldigen en delen.  We gaan met Davinci beginnen met het eerste thema: Lang geleden, waarbij eerst jouw eigen geschiedenis besproken wordt en daarna de geschiedenis van het heelal, de aarde en natuurlijk ook een beetje van Nederland in de prehistorie. Verder hebben we weer lessen over het Mediaprotocol, Coderen, Engels en Verkeer.

 

De klas ziet er iets anders uit dan jullie gewend zijn. Geen computertafels en maar 1 kast.

We hebben 1 hoek in de klas: een leeshoek met zitkussen en nu ook een leeshoek op de gang. Wat extra werkplekken daar en een uitgebreide klassenbibliotheek met  groep 5 boeken. Met de laptoppen kunnen we ook aan de slag met o.a. Word, woordenschat, rekenen, spelling en begrijpend lezen.

 ​
.......

LEERSTOF GROEP 5

Rekenen
In groep 5 leren de kinderen het volgende aan de hand van de rekenmethode Wereld in Getallen:
  • Oriëntatie op de getallen t/m 10.000
  • Optellen en aftrekken t/m 1000.
  • Oefenen van optellen van meerdere getallen t/m 1000 door handig combineren van getallen
  • Oefenen van halveren en verdubbelen: 24-48-…       152-76-…
  • Oplossen door rijgen  of splitsen. Dit zijn twee strategieën. Voorbeeld 865-123=
1) rijgen    865-100= 765
                 765-   20= 745
                 745-     3= 742
2) splitsen    800-100=700
                     60-   20=   40
                       5-      3=     2
                    700+40+2=742

Rijgen is het best voor kinderen die deze sommen lastig vinden.
  • schattend rekenen bij sommen tot 1000
  • handig combineren van getallen bij een lange optel- aftreksom:
    8+9+12+11=   |   93-7-3=
Vermenigvuldigen en delen
  • Tafels van 7, 8 en 9
  • Nieuw is het delen van grotere getallen: 72:3= | 120:8=
  • De kinderen leren het deeltal te splitsen in een deel dat gemakkelijk te delen valt en een rest.7
    2:
    3=     à 72 wordt gesplitst in 60 en 12.
Vermenigvuldigingen met factor 10, zoals 10x65=
Met deze som halveren oefenen door 5x65= uit te rekenen

Ook verdubbelstrategie wordt geoefend 2x35=|4x35=|8x35=

Breuken
Introductie van ½ en ¼ bij het verdelen van pizza’s.
 
De kinderen rekenen in drie niveaus, aangeduid met sterren.
 
Taal
De methode die gebruikt wordt is Taal Actief.
Regels voor het spellen van werkwoorden - kennis maken met termen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, enkelvoud en meervoud
Lay-out van een tekst (tekstopbouw): hoofdstuk, bladspiegel, kantlijn, witregel
Leestekens: uitroepteken, tussen haakjes
Gespreksregels: open en gesloten vragen
Diversen: tegenstellingen, gebruik maken van een woordenboek / encyclopedie enz. trappen van vergelijking
Begrippen kunnen hanteren: gezegdes, spreekwoorden, symbool, pictogram
Spelling – nieuwe spellingregels:
 
  • ​8 ​Woorden met f-, v-, s- of z- (feest, vel, ziek)
  • ​9 ​Verkleinwoorden met uitgang -je of -tje (huisje, stoeltje)
    Onderstreep het grondwoord en maak het langer met   –je. Fles - flesje
    Het verkleinwoord van woorden die eindigen op een lange klinker, krijgen klinkerverdubbeling en de uitgang –tje. Piano - pianootje
    Het verkleinwoord van éénlettergrepige woorden met een korte klinker krijgt –etje-. Bovendien werkt de medeklinkerverdubbelaar mee. Kam - kammetje
    Het verkleinwoord van woorden die eindigen op een m, krijgen –pje. Boom - boompje
    Het verkleinwoord van woorden dat eindigt op –ing, krijgt –kje. Let op, geen –gkje! Koning – koninkje
  • ​10 ​Woorden met be-, ge-,  ver- of met –el, -er, -en (begin, vlieger)
    Hoor je aan het begin van een woord bu-, gu- of vur-, of aan het einde van een woord –ul, -ur of –un, let op je schrijft be-, ge-, ver of –el,-er of –en.
  • 11 ​Woorden met ei- of –ij (trein, rijst)
    Weetwoorden. Hang een lijst op in de klas van 1 categorie (ei-woorden)!!
  • ​12 ​Woorden met –aai, -ooi of oei (saai, kooi, foei)
    Aan het einde van deze klankgroepen hoor je een –j, maar je schrijft met een –i.
  • ​13 ​Samengestelde woorden met twee opeenvolgende medeklinkers (balpen, voetbal)
  • ​14 ​Woorden met klankcombinatie –eer, -oor of  -eur (peer, koor, beurt)
    Je hoort –ir, -or, of –ur, maar je schrijft –eer, -oor of –eur.
    Plaag r: Als achter een –oo-, -ee-, of –eu- een r staat, gaan deze anders klinken. Daarom noemen we de r een plaagletter.
  • ​15 Woorden met –a, -o, of –u (vla, zo, nu, hoera, auto)
    Hoor je een lange klank aan het einde van een woord, dan schrijf je hem kort. Dit geldt voor –a, -o en –u. Niet voor –ee, bijv. zee, idee
  • ​16 ​Woorden met -au(w) of –ou(w) (gauw, kou)
    Weetwoorden. Hang een lijst op in de klas van 1 categorie!! (au-woorden)
  • ​17 ​Woorden met -ch of –cht (pech, gracht)
    Als je na een korte klank gt hoort, schrijf je meestal cht, behalve werkwoorden, de stam +t.
  • ​18 ​Woorden met -d (strand)
    Maak het woord langer en je hoort een –d.
  • ​19 ​Woorden met –eeuw, -ieuw, -uw (sneeuw, kieuw)
    Als je eew, iew, uuw hoort, dan schrijf je eeuw, ieuw, uw.
  • ​20 ​Woorden met open eerste lettergreep (straten)
    Klinkerdiefwoorden: als je aan het einde van een lettergreep een lange klank hoort (aa-ee-oo-uu), dan schrijf je hem kort.
  • ​21 ​Woorden met gesloten eerste lettergreep (bruggen)
    Medeklinkerverdubbelaarwoorden: Als  je aan het einde van een lettergreep een korte klank hoort, dan komen er twee dezelfde letters achter.
  • ​22  Verandering van –f in –v- en –s in –z- bij vervoeging en meervoudsvorming (brave, muizen, brieven)
    Achteraan een woord kan alleen een f of een s staan, dus nooit een v of z.
    Middenin het woord, verandert de f in een v of de s in een z als er aan het einde van de lettergreep een lange klank of een tweetekenklank staat.
  • ​23 ​Woorden met –em, -elen, -enen, -eren (stiekem, kinderen)
    Hoor je aan het einde van een woord –um, -ulen, -unen, of –uren, dan schrijf je –em, -elen, -enen, -eren
  • ​24 ​Woorden met –lijk, -ig (eerlijk, stevig)
    Hoor je aan het einde van een woord –luk of –ug, dan –lijk, -ig.​
Technisch lezen
Aan het eind van vorig jaar had een kind het liefst AVI E4 of hoger.
We streven ernaar dat elk kind aan het eind van groep 5  AVI E5 heeft behaald.
 
Er wordt iedere ochtend en middag 30 minuten gelezen. 3 keer per week Estafette lezen en daarnaast wordt er gelezen in bibliotheekboeken, stripverhalen of junior boekjes; dit zijn boekjes over een onderwerp, bijvoorbeeld een beroep. Daarbij zitten opdrachten die over de tekst gaan.
Bij Estafette lezen wordt gewerkt met niveaugroepen. De zwakkere lezers werken in het werkboek en krijgen verlengde instructie van de leerkracht. De sterke lezers werken vooral zelfstandig in de Estafetteloper.
Bij het stillezen lezen de kinderen op hun eigen niveau in een boekje naar keuze.