Groep-1-3

Onderbouw

Op de Admiraal de Ruyterschool bestaat de onderbouw uit de groepen 1, 2 en 3. De school heeft er bewust voor gekozen deze kinderen niet te zien als schoolkinderen. Het kinderbrein is hier nog niet aan toe. De doorgaande lijn van groep 2 naar groep 3 is hierin heel belangrijk. Kinderen in de onderbouw ontwikkelen zich sprongsgewijs, middels beweging en door spel.

Wij voorzien in deze behoeften door thematisch te werken, met daarin veel ruimte voor concreet materiaal, bewegend leren en spel. Wij onderscheiden twee typen spel, te weten spelend leren (met vooraf gestelde doelen) en lerend spelen (vrij van regels en zonder vooraf gestelde doelen).

De hierboven genoemde behoeften bereiken wij door een optimale klasseninrichting (uitdagende leeromgeving met gebruik van hoeken), (ontwikkelings)materiaal en differentiatie. Bij differentiatie gaan wij uit van de zone van de naaste ontwikkeling en ruimte voor zelfontplooiing van het kind.

Langzamerhand als het kinderbrein zich verder ontwikkelt en de cortex zodanig is gerijpt dat er sprake is van een cognitief leren kunnen de kinderen zich inmiddels een behoorlijke tijd concentreren en kunnen steeds moeilijker en ingewikkelder taken aan. Je ziet ook hoe ze steeds complexere vraag stukken kunnen begrijpen. Een 6 jarige is onstuitbaar nieuwsgierig naar de wereld om hem heen.

In de onderbouw maken wij gebruik van methodes en methodieken, waarbij wij werken vanuit doelen/leerlijnen en gieten de lessen in een thematisch jasje met veel aandacht voor coöperatieve werkvormen.

Door vanuit deze visie te werken willen wij betrokkenheid, autonomie, kennis van de wereld, sociale vaardigheden en bovenal plezier in leren vergroten. Iedere keer gekeken vanuit het kind en in samenspraak met de klas.

Hoe ziet een dag in de onderbouw eruit?

Kring: We beginnen de dag in de kring waar de kinderen samen met de ouders nog even een boekje kunnen lezen.

Taal: De ochtend staat in het teken van Taal. Verschillende soorten taalactiviteiten vinden dan plaats. Zoals begrijpend luisteren, voorkennis activeren rondom een thema, voorlezen, onderzoeksvragen beantwoorden of lessen met handpoppen behorende bij het fonemisch bewustzijn zoals Jaap de Rijmaap, Sil de Hak en plakkrokodil, Tuil de Luisteruil, Karin de Klapkangoeroe of Kay de Napraatpapegaai.

De kinderen van groep 3 krijgen leesles uit de methode Veilig leren lezen (de kim-versie). Tot januari leren de kinderen eerst alle letters, daarna leren ze ook moeilijkere klankcombinaties lezen en spellen. Dit doen we door veel te lezen, te werken met de software op de computer, te stempelen en door woorden te maken op de magnetische letterdoos.

Het zelfstandig werken en speelwerken: Bij het zelfstandig werken gaan de groepen werken aan een door de leerkracht voorbereide activiteit Na het werken gaan de kinderen kiezen en werken in de hoeken. De leerkracht begeleidt, observeert en speelt mee.

De ochtend eindigt met een gezamenlijke les in de kring. Dit kan zijn: Engels, muziek , begrijpend luisteren, woordenschat, kunstbeschouwing of Goed Gedaan (onze methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling).

Rekenen: Na de middagpauze starten we weer met de groepen in de kring en doen we een rekenactiviteit (gecijferd bewustzijn). We werken met handpoppen zodat de kinderen direct weten aan welk doel we werken (bijvoorbeeld Tom de Teltijger voor het tellen en Miep de Meetmuis voor het meten en wegen). Groep 1/2 krijgt daarna een rekenverwerking met concreet materiaal en groep 3 verwerkt de aangeboden instructie in het platte vlak in het werkboek (wij werken op school met de rekenmethode Wereld in Getallen). Hierna is er nog voldoende tijd om thematisch te werken in de hoeken waar taal en rekenactiviteiten ook zijn verwerkt.

Thematisch werken: de thema’s in de onderbouw zijn opgebouwd in de volgende stappen:

  • Oriënteren
  • Demonstreren
  • Verbreden
  • Verdiepen

Het thema start altijd met een pakkende opening om de kinderen direct bij het thema te betrekken en er is een afsluiting. Vaak zijn er ook themahoeken bij alle klassen waar gezamenlijk wordt gespeeld. Bijvoorbeeld bij thema Ziekenhuis, bij de ene groep is de huisarts, bij de andere groep de apotheek en ergens anders weer het ziekenhuis.

Wat weten we er al van? Aan het begin van het thema halen we voorkennis op om de richting van het thema te bepalen.

Wat willen we weten? De kinderen bedenken samen wat zij van het onderwerp willen weten en stellen vragen op. Binnen het thema gaan we kijken of we die vragen kunnen beantwoorden. Dit kan zijn door het lezen van boekjes, filmpjes te kijken of bijvoorbeeld de spreekbeurtkoffer.

Wat hebben we geleerd? Hier wordt terug gekeken naar de lesjes en de antwoorden op de onderzoeksvragen.

groep 1, 2, 3 samen. Leren met en van elkaar.