Informatie g-l

​​​​​​Bij dit onderdeel treft u een overzicht aan van antwoorden op veelgestelde vragen, gerubriceerd op alfabet. Niet gevonden: probeer dan eens de zoekfunctie. ​​

Huiswerkbeleid Jozefschool  

Het leerlingvolgsysteem: zicht op de ontwikkeling 
Vorderingen worden vastgelegd m.b.v.  methodegebonden toetsen, naast deze methode gebonden toetsen worden er twee keer per jaar CITO toetsen afgenomen. Leerkrachten passen hun handelen in de groep aan op basis van een analyse van toets resultaten en observaties in de groep. CITO toetsen leveren ons aanvullende informatie over de leervorderingen van leerlingen. CITO meet de vaardigheid van leerlingen op een bepaald vakgebied. CITO toetsen geven ons de mogelijkheid om leerlingen en groepen te vergelijken met de landelijke norm.  

Op sociaal-emotioneel gebied worden de leerlingen gevolgd met behulp van de Kleuter- en LICOR - observatielijsten.  

De leerkracht en de intern begeleider voeren drie keer per jaar een groepsbespreking. Tijdens deze bespreking worden de vorderingen van de groep en individuele leerlingen besproken. Aan de hand van deze besprekingen worden interventies voor de groep vastgesteld. Deze interventies staan in groepsplannen. Wij delen onze groepen per vakgebied in  drie niveaus, per vakgebied werken we met de volgende drie niveaus: 

Basisgroep (aanpak 2): deze groep volgt het basisaanbod, zij gaan na een instructie van de leerkracht zelfstandig aan het werk. 

Instructie gevoelige groep (aanpak 1): deze groep leerlingen krijgt op het desbetreffende vakgebied meer instructie, dit kan in de vorm van een verlengde instructie of pre-teaching. Soms krijgen deze leerlingen meer verwerkingsopdrachten. 

Instructie onafhankelijke groep (aanpak 3): deze groep leerlingen heeft op het desbetreffende vakgebied weinig / geen instructie nodig. Deze leerlingen mogen eerder zelfstandig aan het werk. Daarnaast krijgen deze leerlingen vaak meer uitdaging en soms moeilijke oefen opgaven.  

In uitzonderlijke gevallen kunnen leerlingen niet binnen deze drie niveaus functioneren. Leerlingen krijgen dan een individueel handelingsplan, ook wel ontwikkelingsperspectief (OPP). Individuele handelingsplannen en de vorderingen worden altijd met ouders besproken. 

Alle gegevens van de leerlingen, zoals toets uitslagen, informatie over de gezinssituatie, leerling besprekingen, gesprekken met ouders, rapportgegevens eventuele onderzoeken en handelingsplannen worden gebundeld in een dossier. Onze dossiers zijn grotendeels digitaal, wij werken met het systeem Parnassys.  Ouders kunnen dossiers altijd op school inzien. Hiervoor kunt u een afspraak maken met de intern begeleider.  

De leerlingen van groep 2 t/m 8 krijgen drie keer per jaar een rapport. Bij elk van de rapporten vindt een gesprek met de leerkracht plaats vinden. Bij het derde rapport kunt u zelf kiezen of u een gesprek wenst. Bij de overige twee rapporten verwachten wij u op gesprek.  



Hoofdluis

Op vrijwel alle scholen in ons land vormt het verschijnsel hoofdluis een zich regelmatig herhalend probleem. Vooral in de periode na de zomervakantie is er sprake van een piek. De enige manier om hoofdluis effectief het hoofd te kunnen bieden, is enerzijds een regelmatige controle door de ouders zelf en anderzijds een waarschuwing vanuit de school indien er hoofdluis geconstateerd wordt. Na elke vakntie komt een groep ouders op school, die alle kinderen op hoofdluis controleert indien noodzakelijk komt zij vaker om te controleren. Is er een kind met hoofdluis, dan geven wij dit aan de ouders door. Bovendien gaat er dan naar alle ouders een bericht, met daarin adviezen hoe de hoofdluis bestreden kan worden.Het ontstaan van hoofdluis is beslist niet te wijten aan een gebrek aan hygiëne; u hoeft zich er dan ook niet voor te schamen, wanneer uw kind hoofdluis heeft. Bij de apotheek zijn goede producten te verkrijgen die hoofdluis rigoureus aanpakken. Een kind met hoofdluis dient direct behandeld te worden. Wij vragen dan ook dat het kind gehaald wordt om dit meteen te doen. Een kind met neten kan na schooltijd behandeld worden. 

Klachtenregeling

Samenvatting KLACHTENREGELING ASKO.  

Volgens de Kwaliteitswet kunnen ouders en leerlingen klachten indienen over gedragingen en beslissingen of het nalaten daarvan van het bestuur en het personeel. Met de klachtenregeling wordt beoogd een zorgvuldige behandeling van klachten, waarmee het belang van betrokkenen en het belang van de school wordt gediend en een veilig schoolklimaat wordt gerealiseerd.. Veruit de meeste klachten over de dagelijkse gang van zaken in de school zullen in eerste instantie in goed overleg tussen ouders, leerlingen, personeel en schoolleiding worden afgehandeld. Indien dat echter niet mogelijk is of indien de afhandeling niet naar tevredenheid heeft plaatsgevonden, kan men een beroep doen op de klachtenregeling. Per schoollocatie dient een contactpersoon aangewezen te worden die het eerste aanspreekpunt is voor de klager en deze verwijst of begeleidt naar de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon gaat na of door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt. Bij handhaving van de klacht en gelet op de aard van de klacht, verwijst de vertrouwenspersoon de klager naar de klachtencommissie en begeleidt de klager desgewenst bij de verdere procedure. 

De vertrouwenspersonen bovenschool zijn: mevrouw M. M. de Beurs, telefoon 0251-319405 mmdebeurs@ziggo.nl de heer B. Dieker, tel. 020-6929722, bendieker@gmail.com   

De vertrouwenspersonen binnen de school zijn: juffrouw Hank en meester Douwe. 

De klachtenprocedure van het bestuur en deze school is terug te vinden op de website van ons schoolbestuur: https://www.askoscholen.nl/overasko/klachten/Paginas/default.aspx


Kwaliteit van onze school


De resultaten van het onderwijsleerproces bewaken we met behulp van een  toetskalender die is ingepast in het leerlingvolgsysteem. Aan de hand van landelijk genormeerde toetsen te gebruiken bekijken we of de leerlingen in vergelijking met het landelijk niveau goed presteren. Mocht dat niet het geval zijn dan bekijken we of we ons onderwijs bij moeten stellen, door bijvoorbeeld een andere organisatievorm te kiezen of de instructie aan te passen. 

Hierbij houden wij wel voor ogen dat wij veel leerlingen hebben die extra zorg nodig hebben en dat een landelijke vergelijking daarom niet altijd reëel is. Belangrijker is om bij de landelijke genormeerde toetsen te letten op de vooruitgang die individuele leerlingen hebben gemaakt. Het groepsgemiddelde is daarbij van ondergeschikt belang. Ons onderwijs is kwalitatief goed te noemen, als wij in staat zijn om leerlingen minimaal op hun eigen niveau te laten presteren en ze uit te dagen.  

Ook door middel van zelfevaluatie wordt ook bekeken of de resultaten van het onderwijsleerproces worden bereikt. Daarvoor worden de resultaten van de CITO-toets in groep 8 vergeleken met voorgaande jaren. Als de groep steeds op hetzelfde onderdeel blijkt uit te vallen, komen deze onderdelen in de leerstof misschien onvoldoende aan bod komen en is er daarom aanpassing van de leerstof noodzakelijk. De directie en de interne begeleider bespreken een en ander in de personeelsvergadering. Er wordt dan bekeken in welke groepen aanpassing van de leerstof gewenst is. 

Bij het kiezen van een nieuwe methode bekijken we of de zwakke elementen van de oude methode in de nieuwe methode beter aan bod komen. 

Wij vinden het overigens belangrijk om onze doelstellingen heel duidelijk met alle betrokkenen te blijven communiceren. Wij hopen dat deze schoolgids daar een goede bijdrage aan levert.


Leerlingvolgsysteem


Het leerlingvolgsysteem: zicht op de ontwikkeling 
Vorderingen worden vastgelegd m.b.v.  methodegebonden toetsen, naast deze methode gebonden toetsen worden er twee keer per jaar CITO toetsen afgenomen. Leerkrachten passen hun handelen in de groep aan op basis van een analyse van toets resultaten en observaties in de groep. CITO toetsen leveren ons aanvullende informatie over de leervorderingen van leerlingen. CITO meet de vaardigheid van leerlingen op een bepaald vakgebied. CITO toetsen geven ons de mogelijkheid om leerlingen en groepen te vergelijken met de landelijke norm.  

Op sociaal-emotioneel gebied worden de leerlingen gevolgd met behulp van de Kleuter- en LICOR - observatielijsten.  

De leerkracht en de intern begeleider voeren drie keer per jaar een groepsbespreking. Tijdens deze bespreking worden de vorderingen van de groep en individuele leerlingen besproken. Aan de hand van deze besprekingen worden interventies voor de groep vastgesteld. Deze interventies staan in groepsplannen. Wij delen onze groepen per vakgebied in  drie niveaus, per vakgebied werken we met de volgende drie niveaus: 

Basisgroep (aanpak 2): deze groep volgt het basisaanbod, zij gaan na een instructie van de leerkracht zelfstandig aan het werk. 

Instructie gevoelige groep (aanpak 1): deze groep leerlingen krijgt op het desbetreffende vakgebied meer instructie, dit kan in de vorm van een verlengde instructie of pre-teaching. Soms krijgen deze leerlingen meer verwerkingsopdrachten. 

Instructie onafhankelijke groep (aanpak 3): deze groep leerlingen heeft op het desbetreffende vakgebied weinig / geen instructie nodig. Deze leerlingen mogen eerder zelfstandig aan het werk. Daarnaast krijgen deze leerlingen vaak meer uitdaging en soms moeilijke oefen opgaven.  

In uitzonderlijke gevallen kunnen leerlingen niet binnen deze drie niveaus functioneren. Leerlingen krijgen dan een individueel handelingsplan, ook wel ontwikkelingsperspectief (OPP). Individuele handelingsplannen en de vorderingen worden altijd met ouders besproken. 

Alle gegevens van de leerlingen, zoals toets uitslagen, informatie over de gezinssituatie, leerling besprekingen, gesprekken met ouders, rapportgegevens eventuele onderzoeken en handelingsplannen worden gebundeld in een dossier. Onze dossiers zijn grotendeels digitaal, wij werken met het systeem Parnassys.  Ouders kunnen dossiers altijd op school inzien. Hiervoor kunt u een afspraak maken met de intern begeleider.  

De leerlingen van groep 2 t/m 8 krijgen drie keer per jaar een rapport. Bij elk van de rapporten vindt een gesprek met de leerkracht plaats vinden. Bij het derde rapport kunt u zelf kiezen of u een gesprek wenst. Bij de overige twee rapporten verwachten wij u op gesprek.