Zelfstandig werken en werken met uitgestelde aandacht

Tijdens het zelfstandig werken wordt er in de groepen 1 t/m 8 gewerkt met het principe van de uitgestelde aandacht. Dat gebeurt met behulp van een stoplicht met de kleuren rood, oranje en groen. Bij het rode stoplicht weten de kinderen dat de leerkracht/begeleider niet gestoord mag worden. De leerkracht/begeleider geeft dan verlengde of extra instructie, of is bezig met een observatie. De kinderen weten dat ze dan zelf een oplossing moeten zoeken voor hun probleem. Ze mogen dan ook de andere kinderen niet vragen om hulp. De leerkracht loopt tijdens de periode van een rood stoplicht vaste hulprondes door de klas. De kinderen kunnen dan vanaf groep 3 met behulp van een rood/groen kaartje aangeven of ze vragen hebben of dat ze geen hulp nodig hebben. 

Bij het oranje stoplicht mogen de kinderen de leerkracht/begeleider niet storen maar ze mogen wel elkaar om hulp vragen in hun team (tafelgroep). Ook hierbij loopt de leerkracht tijdens de periode dat het stoplicht op oranje staat, de vaste hulprondes. Bij het groene stoplicht mogen de kinderen hulp aan elkaar en ook aan de leerkracht/begeleider vragen. Deze kleur van het stoplicht is vooral bedoeld om aan te geven dat er samengewerkt mag worden. 

Het is van belang dat ze altijd eerst zelf proberen een oplossing te vinden. Lukt dit niet, dan kunnen ze hun medeleerlingen om hulp vragen en pas als ze er echt zelf niet meer uitkomen een beroep doen op de leerkracht/begeleider.