Groep 4-5

Groep 4 

Rekenen 
methode: Wereld in getallen
Groep 4 gaat zich richten op de getallen tot de 100. Denk hierbij aan: getallen op volgorde zetten, getallen plaatsen op een getallenlijn, getallen plaatsen tussen 10-tallen (bijv.: bij welk tiental ligt 26 het dichtst?)

Snappet:
De verwerkingsstof van de methode maken we met Snappet (tablet). Hierdoor krijgen de kinderen snel feedback over de sommen die ze maken en de volgende sommen worden aangepast op het niveau van het kind. Om de denkstappen van de kinderen te kunnen volgen, werken de kinderen ook met kladpapier zodat ze getallenlijnen kunnen tekenen etc.

Vermenigvuldigen en delen:
In groep 4 leren we de tafels 1 tot en met 6 en de tafel van 10 en automatiseren van deze tafels. Thuis oefenen helpt is belangrijk.

Optellen en aftrekken:
De eerste weken herhalen we het optellen en aftrekken tot 20, daarna gaan we al snel over tot het rekenen tot honderd. We gebruiken veel de getallenlijn en tekenen uit wat we moeten berekenen.

Rekenen met geld, tijd:
Gepast betalen en teruggeven. Uitrekenen hoeveel iets kost als je boodschappen doet in een winkel. We leren klokkijken met hele, halve uren. We oefenen de jaarkalender en de maanden van het jaar. Hoe lees je een kalenderblad?

Meten/meetkunde:
in groep 4 leren we de maten van meter en centimeter en de inhoudsmaat liter. We leren hoe we op een plattegrond af kunnen lezen en hoe hoog een toren is.

Taal
methode: Taal actief
De methode is thematisch opgebouwd en bestaat uit twee onderdelen: woordenschat en taal verkennen. 
Er komen 8 thema's per jaar aan bod. Per thema worden 36 nieuwe woorden aangeboden in verhaalvorm. Na de aanbieding in de les worden deze woorden gebruikt en geoefend in allerlei opdrachten.

Bij taal verkennen gaat het bijvoorbeeld om zinsdelen benoemen en woord benoemen, woorden op alfabetische volgorde zetten, spreek en schrijfopdrachten. Regelmatig werken de kinderen in tweetallen of kleine groepjes aan diverse opdrachten.
Zinsdelen die in groep 4 aan bod komen zijn: het wie-deel (onderwerp), het waar-deel en het wanneer-deel.
Verder leren de kinderen woord benoemen zoals: werkwoord, lidwoord, zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord.  Daarnaast leren de kinderen ook hoe je een zin maakt. Waar moet je een punt of een vraagteken zetten?

Spelling:
Bij spelling komen de kinderen dezelfde thema's tegen als bij taal. Naarmate het jaar vordert komen er steeds meer regels bij. Gelukkig kunnen de kinderen altijd nog even kijken naar de instapkaart, waarop precies uitgelegd wordt wat het spellingprobleem is met een aantal voorbeeldwoorden.

We beginnen in groep 4 met 2 medeklinkers aan het begin of eind van een woord en werken langzaam naar: wanneer schrijf je a of aa in het midden van een woord (jager of jaager?) en wanneer schrijf je 1 medelinker of 2 medeklinkers (bakker of baker)

Lezen:
In groep 4 lezen we vier keer per week. Elke les worden er woorden geflitst om de snelheid steeds een beetje op te voeren en om de uitspraak te verbeteren. Verder heeft ieder kind een werkschrift, waar leesoefeningen in staan, maar ook talige opdrachten. Favoriet onderdeel is het rijtjes lezen met een leesmaatje en de zandloper. Ook dit is weer om de snelheid te vergroten. Verder lezen de kinderen elke leesles een hoofdstuk uit een bijpassend leesboek. Eén keer per week is er een toepassingles met verschillende leesopdrachten én ieder kind heeft dan tijd om lekker in zijn of haar gekozen bibliotheekboek te lezen.

Begrijpend lezen:
We maken gebruik van de online methode Nieuwsbegrip. Elke week is er een nieuwe tekst beschikbaar met een aan het nieuws gerelateerd onderwerp. Er komt steeds een nieuwe strategie aan bod, zoals bijvoorbeeld voorspellen of vragen stellen over de tekst. Natuurlijk moeten er bij elke tekst vragen beantwoord worden. Het belangrijkste is, dat de kinderen leren waar en hoe ze het antwoord kunnen vinden in de tekst. Na een aantal weken worden dezelfde strategieën herhaald in nieuwe teksten.

Overige vakken
We besteden ook nog aandacht aan de vakken: schrijven, leefstijl, verkeer, muziek en gym.

 Nieuw vak: Topondernemers
We besteden 1 uur per week aan Topondernemers. Hierbij gaan de leerlingen in groepjes diverse opdrachten uitvoeren. Gedurende het schooljaar zijn er van dit vak presentaties op school voor ouders. Dan kunnen de leerlingen laten zien waar ze aan gewerkt hebben.

 Huiswerk
In groep 4 beginnen we ook met een kleine hoeveelheid huiswerk. Zo oefenen de kinderen thuis met de tafels en de woordjes van Taal. Bij elk thema krijgen de leerlingen een overzicht van deze themawoorden mee naar huis. Vanaf februari kunnen de kinderen thuis op de computer met Nieuwsbegrip oefenen. Hiervoor krijgt ieder kind zijn of haar eigen inloggegevens. Verder is het belangrijk dat de kinderen iedere dag minimaal 10 minuten thuis een boek lezen.

 Kortom groep 4 heeft genoeg te doen dit schooljaar!

In groep 5 komt dit schooljaar ondermeer het volgende aan bod.

Rekenen
Methode: wereld in getallen
Groep 5-6 gaat zich richten op de getallen tot de 1000. Denk hierbij aan: getallen op volgorde zetten, getallen plaatsen op een getallenlijn, getallen plaatsen tussen 100-tallen (bij welk honderdtal ligt 265 het dichtst bij?)

Ook de positiewaarde is belangrijk. (welke getallen kun je maken van de cijfers 4,3 en 8?)

Vermenigvuldigen en delen:
Eerste periode herhalen van de tafels 1 tot en met 6 en 10 (reeds aangeboden in groep 4) en automatiseren van deze tafels. Daarna worden de tafels 7,8 en 9  aangeboden. Ook deze moeten geautomatiseerd worden. Oefenen thuis helpt daarbij. Verder komen deelsituaties aan bod en leren de kinderen het deelteken.

Optellen en aftrekken:
De eerste weken herhalen we het optellen en aftrekken tot 20, daarna gaan we al snel over tot het rekenen tot en over de honderd. In de tweede helft van het schooljaar komen er steeds meer sommen in verhaaltjesvorm.

Rekenen met geld, tijd:
Gepast betalen en teruggeven. Uitrekenen hoeveel iets kost als je boodschappen doet in een winkel. De kinderen leren ook de komma in geldbedragen 2euro en 5 cent =2,05 euro
Herhaling klokkijken met hele, halve uren en kwartieren (zowel analoog als digitaal)
introductie minuut (5 minuten over half 8; 10 minuten over 7)
Tijdsduur bijvoorbeeld: De film begint om 14:45uur en is om 15:15uur afgelopen. Hoe lang duurt de film?
Jaarkalender, maanden van het jaar. Hoe lees je een kalenderblad?

Meten/meetkunde:
Herhaling van meter en centimeter. Introductie van kilometer
oppervlakte en omtrek
herhaling kilogram en introductie gram
herhaling liter en introductie milliliter
Verder leren de kinderen symmetrie en maken ze kennis met plattegronden en schaal. Ook leren ze een diagram of staafgrafiek lezen en samenstellen.

Taal
Methode: Taal actief
De methode is thematisch opgebouwd en bestaat uit twee onderdelen: woordenschat en taal verkennen.
Er komen 8 thema's per jaar aan bod. Per thema worden 40 nieuwe woorden aangeboden in verhaalvorm. Na de aanbieding in de les worden deze woorden gebruikt en geoefend in allerlei opdrachten.

Bij taal verkennen gaat het bijvoorbeeld om zinsdelen benoemen en woordbenoemen, woorden op alfabetische volgorde zetten, spreek en schrijfopdrachten. Regelmatig werken de kinderen in tweetallen of kleine groepjes aan diverse opdrachten.
zinsdelen die in groep 5 aan bod komen zijn: het wie-deel (onderwerp),het waar-deel en het wanneer-deel.
Verder leren de kinderen woordbenoemen zoals: werkwoord, lidwoord, zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord. En ook niet onbelangrijk, de regels van het werkwoord.

Spelling:
Bij spelling komen de kinderen dezelfde thema's tegen als bij taal. Naarmate het jaar vordert komen er steeds meer regels bij. Gelukkig kunnen de kinderen altijd nog even kijken naar de instapkaart, waarop precies uitgelegd wordt wat het spellingprobleem is met en aantal voorbeeldwoorden.

Lezen:
In groep 5 lezen we vier keer per week. Elke les worden er woorden geflitst om de snelheid steeds een beetje op te voeren en om de uitspraak te verbeteren. Verder heeft ieder kind een werkschrift, waar leesoefeningen in staan, maar ook talige opdrachten. Favoriet onderdeel is het rijtjes lezen met een leesmaatje en de zandloper. Ook dit is weer om de snelheid te vergroten. Verder lezen de kinderen elke leesles een hoofdstuk uit een bijpassend leesboek. Eén keer per week is er een toepassingsles met verschillende leesopdrachten én ieder kind heeft dan tijd om lekker in zijn of haar gekozen bibliotheekboek te lezen.

Begrijpend lezen:
We maken gebruik van de online methode Nieuwsbegrip. Elke week is er een nieuwe tekst beschikbaar met een aan het nieuws gerelateerd onderwerp. Er komt steeds een nieuwe strategie aan bod, zoals bijvoorbeeld voorspellen of vragen stellen over de tekst. Natuurlijk moeten er bij elke tekst vragen beantwoord worden. Het belangrijkste is, dat de kinderen leren waar en hoe ze het antwoord kunnen vinden in de tekst. Na een aantal weken worden dezelfde strategieën herhaald in nieuwe teksten. Alle kinderen hebben een persoonlijke inlogcode, zodat ze thuis het huiswerk kunnen maken.

Zaakvakken
We werken met de methode topondernemers. De kinderen leren  over verschillende onderwerpen zelf informatie zoeken.
Samenwerken is heel belangrijk, want ze moeten met elkaar een opdracht maken en die aan het eind van de lesperiode aan elkaar presenteren. Zo leren de kinderen met en van elkaar. 

Verder besteden we ook nog aandacht aan de vakken: schrijven, leefstijl, verkeer, muziek en gym.

Kortom groep 4-5 is goed bezig komend schooljaar.