Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO)

De Willibrord werkt vanuit het principe van Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO). Een belangrijk uitgangspunt in dit onderwijsaanbod is om betrokkenheid bij kinderen te creëren. Dit doen we door activiteiten te organiseren die dichtbij de wereld van het kind staan en vaak in samenspraak met de kinderen. Zodra kinderen betrokken raken, ontstaat de motivatie om te leren. Door ze te betrekken bij de activiteiten zullen ze zich verantwoordelijk gaan voelen voor hun eigen leerproces.

 
De leerkracht bemiddelt tussen de activiteiten en de leerdoelen. De afstemming van activiteiten op de belangstelling van het kind maakt dat het volgen van een kant-en-klare methode niet altijd mogelijk is.

 
Cruciaal binnen OGO is de rol van de leerkracht. Deze speelt een bemiddelende rol tussen de leerdoelen en de kinderen en draagt zorg voor zinvolle activiteiten en een inspirerende leeromgeving. De leerkracht geeft kinderen de gelegenheid verantwoordelijk te worden voor hun eigen leerproces.

 
Thematisch onderwijs
Thema’s zijn uitermate geschikt om de link te leggen naar de samenleving. Een bezoek aan een winkel of restaurant kan een aanleiding zijn om rekenlessen te geven die hier bij aansluiten, excursies naar een boerderij kunnen leiden tot veel activiteiten op gebied van natuuronderwijs. In een thema staat altijd een bepaald vakgebied centraal. Bij het thema de middeleeuwen is dat bijvoorbeeld geschiedenis, in een thema over kleine beestjes gaat het om milieueducatie en in een thema over film om taalontwikkeling, naast nieuwe media.

 
De extra aandacht voor een bepaald vakgebied betekent niet dat andere vakken niet aan bod komen. Activiteiten op gebied van schrijven, begrijpend lezen, woorden​schat, wereld oriëntatie, geschiedenis en natuur komen zo veel mogelijk binnen een thema aan bod.

 
Thema’s zoals: kleine beestjes, bloemen en planten en het restaurant zie je vaak bij de groepen 1-2. In de groepen 3 en 4 zul je sneller thema’s tegenkomen zoals ridders en kastelen, postkantoor en dieren van de boerderij. In de groepen 5 en 6 gaat het meer over beroepen, vreemde culturen en godsdiensten en in de groepen 7 en 8 tenslotte bijvoorbeeld over kinderarbeid in de 19e eeuw, voeding, vandalisme, internet gebruik, en het Voortgezet Onderwijs.

 
School en samenleving
Bij de schoolthema’s horen excursies. We gaan er dan “op uit” om te onderzoeken hoe het er “in de echte wereld aan toe gaat”. Zo’n uitstapje heeft altijd een brede bedoeling. Het is leuk en gezellig, zonder meer, maar daarnaast wordt de onderzoekende houding van kinderen gestimuleerd. Zo staat een uitstapje nooit op zichzelf.

 
Het bezoek wordt voorbereid, bijvoorbeeld door met de klas te bespreken wat de kinderen te weten willen komen over het bepaalde onderwerp. Een dergelijke voorbereiding heeft activiteiten in de klas tot gevolg en zorgt ervoor dat de kinderen bijvoorbeeld een week lang rondom het onderwerp lezen, tekenen, gesprekken voeren, presentaties houden, schrijven en bouwen.

 
Een bezoek aan een postkantoor wordt altijd gekoppeld aan taal- en wiskundige (reken)activiteiten waarna een postkantoor wordt ingericht in de klas, zodat in het spel geleerd wordt hoe rekenen en schrijven (van brieven, kaarten en enveloppen bijvoorbeeld) gebruikt wordt in het dagelijks leven. En een uitstapje naar het museum van de twintigste eeuw in Hoorn begint als een terugblik op de twintigste eeuw en is vervolgens weer aanleiding voor allerlei geschiedenislessen.